MAURITS CORNELIS ESCHER (1898-1972)
Aanvankelijk koos Escher voor een opleiding tot architect, doch zijn passie voor de grafiek deed hem al snel van gedachten veranderen. In Haarlem leert hij van S. Jessurun de Mesquita de beginselen van de grafische kunst en trekt vervolgens rusteloos door Zuid Europa, waar hij de architectuur en landschappen schetst en bestudeert. Zijn realistische stijl en thematiek verandert sterk na 1936, het jaar waarin hij de eerste van zijn beroemde “onmogelijke werkelijkheden” tekent. Gefascineerd door het majolica tegelwerk in het Alahambra raakt hij geobsedeerd door de ideeën die aan de systematische vlakverdeling ten grondslag liggen, zoals de kristallografische principes van de verschuiving, spiegeling en draaiing.Zijn studies getuigen in zijn eigen woorden “veelal van mijn verwondering over en bewondering voor de wetmatigheden die de ruimte om ons heen bevat. Wie zich verwondert, geeft zich rekenschap van een wonder”. Escher wijdt de rest van zijn leven als grafisch kunstenaar aan het incorporeren van transcendente ideeën als metamorfose en oneindigheid binnen de wereld van de mathematica.

ESC 01                  FISH                   h. 20 cm

 

ESC 02             FISH-BIRD-SKY    h.18 cm

 
Vissen, potlood, inkt, aquarel en goudverf op Japans papier, 1938 Vierkleurig systematische vlakverdeling, gebaseerd op het combinatie driehoek-vierkant- systeem. Al vroeg schetste Escher zulke aandoenlijke visjes, die gebaseerd lijken te zijn op de door hem bewonderde Japanse prentkunst. Bij deze vlakvullende tekening schreef hij het epigram “Hengelaars-droom”: Zoo vol van vissen is de vliet, Dat men het water niet meer ziet   Vogel-Vis, aquarel, inkt en kleurpotlood op Japans papier, 1938 Systematische vlakverdeling, gebaseerd op het rotatie-paralellogram-systeem, waarin Escher voor het eerst gebruik maakt van een dubbel motief. De vogels en vissen symboliseren de twee elementen, en het systeem vormt de grondslag voor de korte tijd later getekende metamorfose “Lucht en Water”.  
 

ESC 03          FISH-BIRD            h. 17 cm

   
  Lucht en water, houtsnede, 1938 Escher past hier zijn beroemde metamorfose-techniek toe om de figuren te laten verdwijnen in de achtergrond, en verbeeldt aldus de verbondenheid van het leven met de elementen. De twee werelden lijken in elkaar op te lossen waar de contouren elkaar raken. Daar worden zowel het motief als de achtergrond vlakvullend en vindt de transformatie plaats.    

ESC 04                SPHERE, FISH         h. 7 cm

 

           SPHERE, ANGELS AND DEVILS

ESC05                                h. 8 cm

 

Bol met vissen, beukenhout, 1940 Systematische vlakverdeling op basis van de drievoudige rotatie. Gefascineerd door het door hem zeer bewonderde Japanse houtsnijwerk transponeerde Escher gedurende de oorlogsjaren enkele motieven op houten bollen. Daar de bolvorm geen grenzen kent, leende deze zich uitstekend voor zijn ‘oneindige”systemen. De bol met vissen was zijn eerste, en persoonlijke meest favoriete, bolreliëf.

  Bol met engelen en duivels, ahornhout, 1942 Systematische vlakverdeling op basis van de drievoudige rotatie. Gefascineerd door het door hem zeer bewonderde Japans houtsnijwerk transponeerde Escher gedurende de oorlogsjaren enkele motieven op houten bollen. Daar de bolvorm geen grenzen kent, leende deze zich uitstekend voor zijn “oneindige” systemen. Deze specifieke bol kent een hemelse zijde, waar de engelen hoog op het relief liggen, terwijl aan de andere kant de donkergekleurde duivels het meest uitsteken.  

 

 

 

 

<< vorige pagina                                                    -home-