ALBRECHT DÜRER (1471-1529)
Graficus, schilder en theoreticus, die een belangrijke schakel vormde tussen de noord en zuid Europese kunst, en gezien wordt als de grondlegger van de Duitse hoogrenaissance.Als zoon van een Neurenbergse goudsmid bekwaamde Dürer zich al vroeg in allerlei kunstnijverheidstechnieken. Op zijn vijftiende ging hij voor vier jaar in de leer bij de, destijds bekende, schilder en graficus Michael Wolgemut. Hij werkte in diens atelier aan altaarschilderingen, ontwerpen voor glasschilderkunst en houtsneden voor boekillustraties. In 1490 vertrok de jonge kunstnaar, zoals destijds gebruikelijk, voor een grote reis. Hij verbleef langere tijd in Bazel, waar hij opdrachten voor boekillustraties uitvoerde en zich de verfijnde technieken van het kopergraveren en etsen eigen maakte. Na vier jaar keerde hij terug naar huis en trouwde met Agnes Fey. Het door zijn vader gearrangeerde huwelijk bleef kinderloos. Op de vlucht voor de pestepidemie vertrok hij alweer snel, dit keer naar Italië. Hij maakte daar kennis met de compositieleer, het wonderlijke perspectief en het kleurgebruik van de bloeiende Italiaanse renaissance schilderkunst. De gebroeders Bellini leerde hij er persoonlijk kennen. Terug in zijn geboortestad stichtte hij zijn eigen atelier en verhandelde zijn eigen gravures en etsen. Geheel in de traditie van de renaissance verdiepte hij zich als “homo universalis” in de wetenschap en schreef hij theoretische verhandelingen over de kunsten.Hij verkeerde in kringen van vooruitstrevende humanistische geleerden en werd een vooraanstaand burger van de invloedrijke vrije Rijksstad Neurenberg. Van keizer Maximiliaan aanvaarde Dürer eervolle opdrachten, en ontving hij een ruime jaarlijkse toelage. Zijn laatste grote reis voerde hem naar de Nederlanden. Terug in Neurenberg schilderde hij zijn belangrijkste portretten en schreef hij theoretische werken over de leer van het meten, het perspectief en de verhoudingen. In 1528 stierf hij na een zeer productief leven, erkend als grootste Duitse kunstenaar van zijn tijd. Als schakel tussen de noord en zuid Europese wordt hij de grondlegger van de Duitse hoogrenaissance.

 

Hände eines Apostel (1508)

Dürer ontving in 1507 van de welgestelde koopman Jacob Heller de opdracht voor het schilderen van een drieluik voor het altaar van de Dominicaner kerk in Frankfurt, met als thema de ten hemel opneming van Maria. Het “Helleraltaar” werd al snel zo beroemd, dat keurvorst Maximiliaan van Beieren het middenpaneel liet toevoegen aan zijn eigen kunstcollectie. Het paneel ging in 1729 door brand verloren, maar ruim twintig voorstudies zijn bewaard gebleven. De “biddende handen van een apostel” is daarvan de bekendste.

 


<< vorige pagina