HONORÉ DAUMIER (1808-1879)
De magistrale politieke en sociale karikaturist uit het roerige Parijs van de 19-de eeuw. De Franse schilder, lithograaf en bovenal karikaturist Daumier wordt in Marseille als zoon van een glazenier geboren. Het arme gezin verhuist al snel naar Parijs, waar de rusteloze en onzekere Honoré enkele lessen volgt aan de Académie Suisse en later in het atelier van Boudoir. De uitgever Ricourt herkent als eerste de kracht van zijn karikaturale litho’s. Tijdens het juli-oproer van 1830 koestert de jonge Daumier sterke republikeinse sympathieën. De publicatie van zijn spotprenten van de “burgerkoning” Louis-Philipe komt hem op een half jaar cel in de Ste Pélagie te staan. In 1835 raakt hij in brede republikeinse kring bekend met zijn clair-obscur litho’s, waaronder het beroemde Rue Transnonain, le 15 avril 1834. Hij tekent met groot vakmanschap de harde realiteit van de sociale ongelijkheid, hetgeen hem de waardering oplevert van Baudelaire en zelfs Ingres. Vanaf die tijd tekent hij duizenden litho’s voor het sociaal satirische dagblad “Le Charivari”. De onderschriften bij vele van zijn tekeningen worden hem vooral ingefluisterd door zijn uitgever Philipon. Daumier hecht er zelf weinig waarde aan en concentreert zich op de expressiviteit van zijn werk. Nu hij eindelijk enige financiële zekerheid heeft trouwt hij de jonge Didine, waarmee hij de rest van zijn leven zal delen. Het echtpaar vestigt zich op het Isle St. Louis, een wijk met een sterk intellectueel bohémien karakter. Tijdens zijn leven verandert de politieke constitutie van Frankrijk keer op keer radicaal, en telkens weer bekritiseert Daumier de veranderingen vanuit een cynisch, maar egalitair republikeins gezichtspunt. De politieke censuur dwingt hem zich vanaf 1835 te beperken tot kritiek op het sociale leven. Slechts in de drie jaar direct na de revolutie van 1848 is hij vrij zijn satirische pijlen weer te richten op de politiek. Dan creëert hij de onsterfelijke types Robert Macaire en Patapoil. Na een bewogen leven vol politieke verontwaardiging en strijdlust, armoede en ondergewaardeerde artistieke aspiraties trekt hij zich in 1871 terug in Valmondois. Door zijn teruglopende gezichtsvermogen komt hij er niet meer aan werken toe.

<< vorige pagina                                        -home-

volgende pagina >>