AUBREY VINCENT BEARDSLEY (1872-1898)

Jong gestorven geniaal zwart-wit illustrator, icoon van de Engels art nouveau.

Al op zevenjarige leeftijd werd bij Beardsley tuberculose geconstateerd, hetgeen gezien wordt als een mogelijke verklaring voor zijn tomeloze uitingsdrang. Zonder enige artistieke opleiding ontwikkelde hij zijn gedreven tekenstijl, wars van de beginnende sociaal-politieke nivellering, en niet maatschappelijk bewogen als vele van zijn tijdgenoten. Beardsley bewonderde de ambachtelijke, afstandelijke stijl van de pre-rafaëlieten, en de Japanse bewust tweedimensionale tekenkunst, die bovendien een seksuele onbevangenheid kende die ondenkbaar was in het preutse Victoriaanse Engeland. In de geest van het fin de siècle cultiveerde hij de lelijkheid tot een meedogenloze esthetiek van de decadentie, zoals Beaudelaire deed in zijn Fleurs du Mal. In zijn eigen woorden: “I struck out a new style and method of work which was founded on Japanese art but quite original. (It is) extremely fantastic in conception but perfectly severe in execution”. Het tijdschrift The Studio publiceerde zijn tekeningen, hetgeen hem een zekere bekendheid opleverde, maar zeker geen brede erkenning. Het bood hem wel de gelegenheid zijn kantoorbaantje op te zeggen en zich aan de tekenkunst te wijden. Hij kreeg opdrachten voor boekillustraties en raakte verbonden aan het succesvolle artistiek-literaire tijdschrift The Yellow Book. In 1896 stichtte hij met de voormalige advocaat Smithers het blad “The Savoy”. Twee jaar later stierf hij aan tuberculose.

AB 01     THE BLACK CAPE    h. 20 cm

Het stuk Salome dat Oscar Wilde schreef voor Sarah Bernhardt vormde de inspiratiebron voor Beardsley’s beroemde tekening van Salome die het afgehouwen hoofd van Johannes de Doper kust. Wilde was onder de indruk van het werk en vroeg hem tien illustraties te maken voor de Engelse uitgave van het toneelstuk. Beardsley begon aan de opdracht na een reis naar Frankrijk, waar hij geïmponeerd raakte door symbolisten als Moreau en Redon. De tekeningen oogsten op zichzelf veel bewondering, maar hun geestigheid en elegantie lijken de hoge pretenties van het toneelstuk te ondermijnen.Ze werden bekritiseerd omdat ze qua stijl en symboliek niet aansloten bij de tekst. Ook Wilde vond ze te Japans voor zijn Byzantijnse stuk,wat zeker gegolden zal hebben voor The Black Cape. De wederzijdse genegenheid tussen de beide kunstenaars bleef echter bestaan.


<< vorige pagina